Over mijn blog

Ooit een 'Rocket Scientist' maar al heel snel gesnapt dat ik niet moet rekenen aan raketten (mijn enige praktijkervaring: Ariane 501 -nee, ik was het niet!). Andere mensen enthousiast maken zit me meer in het bloed.
Na negen jaar bij ESA ben ik nu geland bij mijn thuishaven, de TU Delft, als woordvoerder/communicatie adviseur.

Dit blog gaat soms over ruimtevaart, maar meestal over mijn ervaringen in het communicatievak. Persoonlijk vind ik dat journalisten en voorlichters wel wat opener mogen zijn over hun samenwerking. Daarom probeer ik hier inzicht te geven in de afwegingen en keuzes die ik maak. Dat kan niet altijd, maar vaak ook wel.

Volg me op Twitter Bezoek mijn LinkedIn profiel email me op m.vanbaal@tudelft.nl
+31 (0) 15 2785454

Categories

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Ruimte-inflatie-ergernis

De ruimte komt steeds dichterbij!

Niet dat er natuurkundig iets gebeurt, welnee, maar het valt me op dat de definitie steeds ‘lager’ wordt. Zonder blikken of blozen sturen we legopoppetjes en Dennis & Valerio ‘naar de ruimte’, of parachuteert een waaghaals ‘vanuit de ruimte’ weer terug naar aarde.

In de praktijk hebben we het over ballonnen. Die gaan soms indrukwekkend hoog, maar per definitie zitten die in de lucht. Da’s dus niet in de ruimte (en, VK.nl, heteluchtballonnen al helemaaaal niet).

Het is de reinste ruimte-inflatie en omdat het altijd gezond is je even lekker aan iets futiels te ergeren: grrrrr 😉

Maar waar dan wel?
Bron van het probleem is natuurlijk de vraag waar de ruimte eigenlijk begint? Dat hangt er maar vanaf aan wie je het vraagt. Een harde natuurkundige hangt het bordje ‘Welkom in de Ruimte’ wellicht op ongeveer 20 miljoen kilometer: vanaf daar is de zwaartekracht van de aarde niet meer overheersend en telt vooral de aantrekkingskracht van de zon. Volgens deze definitie is er nog nooit iemand in de ruimte geweest. Wel zo overzichtelijk, maar voor mij een tikje te extreem.

De Meteoroloog
Een meteoroloog hangt ‘m ongeveer op 10.000 km, want daar eindigt de hoogste laag van de atmosfeer -de exosfeer- die de overgangszone naar de ruimte vormt. Dan kan je nog lekker ruziën over of ie aan het begin of het eind van de exosfeer hoort, dus 1.000 km kan ook. Voor hen zijn er dus ‘maar’ twaalf astronauten: de mannen die op de maan liepen. Voor mij hangt ie ietsje lager.

De Baanmechanicus
Mijn oorspronkelijke achtergrond is baanmechanica, waarbij je uitrekent hoe satellieten, manen of planeten door de ruimte bewegen onder invloed van zwaartekracht. Voor ‘ons’ is het vooral praktisch: je bent in de ruimte zodra je geen significante hinder meer ondervindt van de wrijving van de atmosfeer. Dat is nog rekbaar: 10.000 km? Appeltje-eitje. 800 km? Stabiel, maar wel opletten. 400 km? Kan, maar wel compenseren. 200 km? Spionagesatellieten als je bereidt bent elke paar maanden een nieuwe te bouwen. 100? Pure zelfmoord. Ergo, met een beetje goede wil is ISS (400 km) dus net ‘in de ruimte’. (en ik wil geen twitterfittie met hem natuurlijk).

Definitie-inflatie
Toch wordt in de praktijk 100 km als de grens gezien. De reden: Politiek. Volgens mij is het ‘historische definitie-inflatie’ van het begrip ruimte. Youri Gagarin bereikte in 1961 een baan om de aarde met een maximale hoogte van 360 km. Op dat moment kregen de Amerikanen met de nodige moeite hun Redstone-raket maar net boven de 100 km. En dat was ‘ballistisch’, een hopje dus en niet een baan om de aarde –wat technisch veel complexer is. Dus moest het machtige PR apparaat van NASA aan de bak om ons te overtuigen dat de grens met de ruimte op 100 km ligt. En dat is gelukt, respect: als Mozes niet naar de berg wil, dan herdefinieren we gewoon de berg. (Ok, ik was een Russian space tech fan, he)

Bijgevolg kunnen we nu overal ruimtereizen winnen (winnen kan overigens al tien jaar (2002, 2007). Meemaken is nog steeds een belofte). Space Tourism zou wat mij betreft eigenlijk ‘Atmospheric Edge Tourism’ moeten heten (ook best gaaf), maar ja, vooruit, ik kan er mee leven. Maar daar trek ik dan wel een dikke streep: de nieuwste mode om met een heliumballon naar de ruimte te reizen gaat mij veel te ver.

En als je het begrip nou per se wilt oprekken: je bent al lang in de ruimte. Op een minuscuul, onbeduidend planeetje waar er vermoedelijk biljoenen van zijn. Je bent al astronaut, geniet ervan 🙂

Be Sociable, Share!

1 comment

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2011 TU Delft