Over mijn blog

Ooit een 'Rocket Scientist' maar al heel snel gesnapt dat ik niet moet rekenen aan raketten (mijn enige praktijkervaring: Ariane 501 -nee, ik was het niet!). Andere mensen enthousiast maken zit me meer in het bloed.
Na negen jaar bij ESA ben ik nu geland bij mijn thuishaven, de TU Delft, als woordvoerder/communicatie adviseur.

Dit blog gaat soms over ruimtevaart, maar meestal over mijn ervaringen in het communicatievak. Persoonlijk vind ik dat journalisten en voorlichters wel wat opener mogen zijn over hun samenwerking. Daarom probeer ik hier inzicht te geven in de afwegingen en keuzes die ik maak. Dat kan niet altijd, maar vaak ook wel.

Volg me op Twitter Bezoek mijn LinkedIn profiel email me op m.vanbaal@tudelft.nl
+31 (0) 15 2785454

Categories

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Posts tagged journalist

Even over wat je *niet* schrijft, Maarten

Beste Maarten,

Ik hou er wel van, knuppels in hoenderhokken, dat weet je. Ik heb je blog over de vraag of we wetenschapscommunicatie niet gewoon moeten afschaffen natuurlijk met belangstelling gelezen. Bij bijna elke alinea zou ik best een nuancering of tegenargument kunnen zetten, maar dat lijkt me niet zo nuttig. Want met je basisstelling, namelijk dat wetenschapscommunicatie ‘gewoon’ communicatie is zoals elk groot bedrijf het doet, ben ik het in principe niet zo oneens. Over de vraag of dat erg is zijn we het minder eens, denk ik.

Continue reading

Pitchen: eerst fascineren, dan informeren

Opmerkelijk: een journalist die zegt dat voorlichters wel wat pro-actiever mogen zijn in hun persbenadering.  OK, Jean Paul Keulen zegt het schoorvoetend en het gaat specifiek over wetenschapsvoorlichters, maar toch: je kunt het een trendbreuk noemen. 😉

Ik denk dat hij wel gelijk heeft: wetenschapsvoorlichters (mezelf inclusief) mogen best nog wat pro-actiever de boer op met wetenschapsnieuws, ik heb het informeel al vaker journalisten horen zeggen. Grote nieuwsredacties (NOS/RTL) worden vrij weinig gebeld door universiteiten. En dat is jammer, want bij de grote nieuwsmedia werken persberichten amper: er komen er zoveel binnen dat de kans dat de redacteur van dienst wetenschapsnieuws er uit pikt heel klein is. Daarvoor moet je het toch echt zelf telefonisch ‘pitchen’ (OK, twitter gebruiken werkt soms ook).

Ontmoedigend
Nu vind ik pitchen in de praktijk nog helemaal niet zo makkelijk om te doen. Het voelt opdringerig en het is ook nogal ontmoedigend als het niet lukt: Dan krijg je een kribbige redacteur aan de lijn, die vermoedelijk het laatste kwartier al drie nabelmeisjes heeft moeten afpoeieren terwijl zijn klus af moet. Niet leuk, al gebeurt het eigenlijk zelden.

In een eerder blog heb ik al eens tien tips voor het bellen met journalisten op een rijtje gezet op basis van eerdere ervaringen. Ik zou er nog een elfde tip aan willen toevoegen:  ‘eerst fascineren, dan informeren’.

Continue reading

Persvoorlichting 2.0 in de praktijk!

Twitter, is dat nu een beetje nuttig voor een persvoorlichter? Ja, natuurlijk. Vanmiddag bleek maar weer eens hoe dat in de praktijk werkt, persvoorlichting 2.0. Een verslagje, lees maar even mee:

11.30 u
Een journalist van een niet nader te noemen progamma belt me tijdens een werkoverleg. Hij is op zoek is naar een deskundige die de uitstoot van auto’s kan meten. Het is in het kader van een verhaal over het verbannen van oude auto’s uit de Utrechte binnenstad. Hij was bij ons beland via dit artikel op internet (2006 (!)).

Ik ben even stil. “Euh. Volgens mij kan elk APK station dat toch gewoon? Dat moet, anders kom je niet door de keuring.”  We spreken af dat hij me even mailt, dan kijk ik er straks na als ik weer op kantoor ben.

Continue reading

Hoe bel ik een journalist? Tien praktische tips

Ook na twaalf jaar persvoorlichterschap moet ik nog wel even een drempel over voor ik een journalist opbel (ik ben niet de enige, geef het maar toe, collega’s ;->). Het geeft je toch een beetje een opdringerig gevoel.
Bovendien wil je als voorlichter niet worden ingedeeld in het leger ‘nabelmeisjes’, de PR-variant van telemarketing: na het versturen van een persbericht de journalist bellen om na te gaan of ie het persbericht wel heeft gelezen. Net zo populair op redacties als een ’aanbieding’ van een telecomprovider tijdens de spaghetti (en helaas zonder belmeniet-register).

Maar ja. Zeker op de grote nieuwsredacties van Radio/TV is de kans dat ze je persbericht ook echt zien, in de praktijk vrij klein, dus het loont zeker de moeite om even te bellen als je het gevoel hebt dat je een goed verhaal voor ze hebt.

Continue reading

Een klein dorpje journalisten houdt dapper stand

Daar is ie weer, het “leger van voorlichters” in Nederland. Althans, volgens de studie “Gevaarlijk Spel” van onderzoekers van de UvA en de bijbehorende media-aandacht. Over de studie op zich kun je van alles vinden, maar ik verbaas me vooral over dat hardnekkige ‘Asterix en Obelix’-beeld dat het oproept: omgeven door legioenen van voorlichters houdt een klein dorpje journalisten dapper stand!

Volgens de studie is het leger voorlichters intussen gegroeid tot ongeveer 150.000 mensen, tegen slechts 15.000 journalisten. Een verhouding van een op tien. Dat kan niet kloppen, lijkt me.

Continue reading

© 2011 TU Delft