Over mijn blog

Ooit een 'Rocket Scientist' maar al heel snel gesnapt dat ik niet moet rekenen aan raketten (mijn enige praktijkervaring: Ariane 501 -nee, ik was het niet!). Andere mensen enthousiast maken zit me meer in het bloed.
Na negen jaar bij ESA ben ik nu geland bij mijn thuishaven, de TU Delft, als woordvoerder/communicatie adviseur.

Dit blog gaat soms over ruimtevaart, maar meestal over mijn ervaringen in het communicatievak. Persoonlijk vind ik dat journalisten en voorlichters wel wat opener mogen zijn over hun samenwerking. Daarom probeer ik hier inzicht te geven in de afwegingen en keuzes die ik maak. Dat kan niet altijd, maar vaak ook wel.

Volg me op Twitter Bezoek mijn LinkedIn profiel email me op m.vanbaal@tudelft.nl
+31 (0) 15 2785454

Categories

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

De kracht van je eerste antwoord

foto‘Je gaat toch geen politicus van me maken, he?’. Die ietwat benauwde vraag stellen wetenschappers vaak voorafgaand aan onze mediatrainingen. Welnee. Hoewel het geen kwaad kan om de door politici veel gebruikte ‘trucjes’ (zoals bruggetjes) te kennen, is een interview veel krachtiger als je dat soort dwingende middelen niet hoeft te gebruiken. Een wetenschapper heeft dat ook niet nodig, die zou in staat moeten zijn de journalist met zijn/haar kennis te ‘verleiden’. Daarbij is me, als surrogaatinterviewer, gaandeweg wel iets opgevallen: veel staat of valt met je eerste antwoord.

‘Ga maar staan’
Interne trainingen beginnen we standaard met: ‘Ga maar staan’. Gewoon, spontaan een (radio)interview beginnen, met de bedoeling deelnemers te laten ervaren dat je zonder voorbereiding geen invloed kunt uitoefenen op hoe een interview verloopt.

Het merendeel van de geïnterviewden belandt in dat eerste oefeninterview spreekwoordelijk met de rug tegen de muur, gevangen in een onderwerp waar ze eigenlijk helemaal niet over willen praten en waar ze niet uit wegkomen. Het levert interviews op waar de geïnterviewde ongelukkig mee is – en de interviewer vaak ook. En dat gebeurt ook in de praktijk.

Als we de interviews terugkijken valt op dat de geïnterviewde ‘de ellende’ meestal zelf veroorzaakt heeft, en bijna altijd in het eerste antwoord: het is vaak één woord dat de rest van het interview – onbedoeld- volledig bepaald heeft.

Nigeria
Zoals een  onderzoeker onlangs, die in zijn eerste antwoord Nigeria aanhaalde, in een bijzin. Hij had het willen hebben over innovatie in Afrika, maar praatte in plaats daarvan twee minuten lang over vervuiling in de Nigerdelta. Waar hij uiteraard niets mee te maken had, en waar hij zeker niet verantwoordelijk voor was. Maar ja, zijn eerste antwoord was abstract en ambtelijk, en triggerde bij mij geen enkele vraag. En ‘Nigeria’ wel.

Wortel
Woorden zijn krachtig. Een stevig deel van de training gaat over taal en het fenomeen ‘Wortel’ (‘Talking Carrot‘). Door het gebruik van bepaalde woorden roep je beelden, associaties en emoties bij op. De mens is nu eenmaal evolutionair ontwikkeld om om te gaan met woorden die met angst, onrecht, eten, poepen of voortplanten te maken hebben. Woorden als leeuw, wortel,  poep, bekeuring, of robot ‘plakken’: ze activeren een veel groter deel van ons brein dan nietszeggende woorden als beleid, innovatie of duurzaamheid. En journalisten zijn ook gewoon mensen.

Goede ‘Wortel-woorden’ roepen beelden op of emoties op, ze triggeren nieuwsgierigheid en vragen, en kunnen je zo helpen om bij je kernboodschappen te komen. Met goedgekozen woorden kun je verleiden: ‘Kom, ik weet wat leuks, deze kant op’. En dat mag, sterker: dat moet. De deskundige hoort te weten wat interessant en belangrijk is, dat verwacht de journalist.

Bruggetjes
Natuurlijk, in de trainingen leren we mensen ook de standaardtrucjes zoals ‘bruggetjes bouwen’. Het hoort bij het standaardinstrumentarium van iedereen die geïnterviewd wordt. Maar het is wel een zwaktebod:  je ‘dwingt’ de journalist –en dus de luisteraar- een bepaalde kant op. Dat mag, maar ‘verleiden’ is sterker en veel sympathieker (en een interview gaat over controle EN sympathie).

Herkansing
Aan het eind van de training doen we het eerste interview altijd over: hetzelfde interview en dezelfde beginvraag. Maar deze keer met kernboodschappen en vooral: een ander, doordacht, eerste antwoord. De eerder genoemde deskundige begon nu over goedkope regenmeters voor Afrika. Er ontspon zich een heel ander interview waar hij zijn verhaal veel beter in kwijt kon, en vrijwel zonder ‘trucjes’.

Het belangrijkste verschil zit in hoe dat voelt voor de geïnterviewde. Waar hij of zij de eerste keer het gevoel had onder druk te staan, voelde het de tweede keer veel comfortabeler.  Zonder ‘een politicus’ te zijn geworden, wat dat ook precies moge betekenen.

Michel

PS: geef toe, je hebt drie alinea’s hierboven op ‘poep’ geklikt he? QED. Het is een van mijn meest gelezen blogs… 😉
PS2: Aleid Wolfsen heeft niks met dit verhaal te maken, ik had de foto toevallig. Al roept zijn naam wel ’emotie’ op, maar dat is toeval.

Be Sociable, Share!

2 comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2011 TU Delft