Over mijn blog

Ooit een 'Rocket Scientist' maar al heel snel gesnapt dat ik niet moet rekenen aan raketten (mijn enige praktijkervaring: Ariane 501 -nee, ik was het niet!). Andere mensen enthousiast maken zit me meer in het bloed.
Na negen jaar bij ESA ben ik nu geland bij mijn thuishaven, de TU Delft, als woordvoerder/communicatie adviseur.

Dit blog gaat soms over ruimtevaart, maar meestal over mijn ervaringen in het communicatievak. Persoonlijk vind ik dat journalisten en voorlichters wel wat opener mogen zijn over hun samenwerking. Daarom probeer ik hier inzicht te geven in de afwegingen en keuzes die ik maak. Dat kan niet altijd, maar vaak ook wel.

Volg me op Twitter Bezoek mijn LinkedIn profiel email me op m.vanbaal@tudelft.nl
+31 (0) 15 2785454

Categories

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

“Help, het publiek praat terug!” – Ja, maar tegen wie?

Komende donderdag komen wetenschapsvoorlichters en -journalisten bij elkaar: “Help, het publiek praat terug! (en ze vertrouwen ons niet meer)”. Het gaat over de autoriteit van de wetenschapper bij het brede publiek, want die is aan erosie onderhevig. Is dat erg en wat valt er aan te doen?

Opvallend aan de discussie in de media hierover tot nu toe, bijvoorbeeld aangezwengeld door wetenschapsjournalist Tonie Mudde in de Volkskrant van 5 maart, is dat de focus ligt op de veranderende (vertrouwens)relatie tussen publiek en wetenschapper. Tonie -we kennen elkaar- betoogt overtuigend dat de wetenschapper uit zijn ivoren toren is geklommen, commerciëler is gaan werken maar daardoor ook minder onaantastbaar is. Het publiek staat steeds kritischer tegenover de autoriteit van de wetenschapper.

Maar daarbij gaat Tonie eigenlijk niet in op de veranderende rol van de media bij dat proces. En dat is opmerkelijk, want laten we wel wezen: wetenschappers praten vooral met het publiek via de media, en het publiek praat terug via diezelfde media. Natuurlijk, met sociale media begint die driehoek wel te schuiven, maar de rol van ‘klassieke’ media als doorgeefluik blijft onverminderd groot.

Het wonderlijke feit is dat het vertrouwen van het Nederlandse publiek in zowel media als wetenschap in het algemeen onverminderd hoog is. Tegelijkertijd ligt de autoriteit van zowel de wetenschapper als de journalist onder vuur: ‘ze vertrouwen ons niet meer’. Dat is een bizarre, tegenstrijdige situatie.

Het onderliggende probleem is volgens mij dat het brede publiek een perceptie heeft van de rol van deze beide partijen die niet meer strookt met de realiteit. De wetenschapper is al lang niet meer een ietwat wereldvreemde Willie Wortel met de beste -maar onbegrijpelijke- bedoelingen. De wetenschapper is naast onderzoeker ook bijvoorbeeld een halve beleidsmaker en/of ondernemer en heeft daardoor verschillende petten op.

Idem de media: die zijn steeds minder het objectieve en neutrale doorgeefluik en filter van informatie. De journalistiek is een commercieel bedrijf in een moordend concurrerende bedrijfstak geworden. De rol in het midden is zeker niet per definitie ‘dienend’ aan een inhoudelijk gesprek tussen wetenschapper en publiek.

Met de rol van de wetenschapper gaat -denk ik- niet eens zo heel erg veel verkeerd: er zijn altijd verschillende opvattingen, en er is altijd onzekerheid. Dat begrijpt het publiek wel. Maar of dat ook zo is voor de rol van de media vraag ik me af: het publiek verwacht van de media dat die rol als scherprechter op zich neemt: dit zijn de feiten, dat de meningen en deze is de meest waardevolle.

Maar dat doen de media lang niet altijd. Vaak vertellen ze je welke de meest spectaculaire is, of degene met de meeste ‘entertainment-value’ en tegenwoordig ook welke het meest kwetsend en schokkend is. Vaak ook welke het meest botst met de gangbare mening, tot verwarring van menig (klimaat)wetenschapper. Maar lang niet altijd welke het meest waar of betrouwbaar is. Toch is dat volgens mij wel de rol die niet alleen het publiek, maar ook veel wetenschappers nog steeds verwachten van de media.

En ja, daarbij zijn ‘ze’ ook gaan terugpraten. De ‘aanpak’ van de journalistiek de laatste jaren nogal veranderd: het voxpoppen (de mening van de straat) is tegenwoordig een vast instrument geworden. Daarmee praat het publiek automatisch terug en uiteraard zijn dat niet de mensen die ‘er niet zo’n mening over hebben’.  Dat roept wel de vraag of op er wel echt iets veranderd is in de relatie (‘help, het publiek praat terug’), of zien we vooral een ander beeld omdat het filter anders is gaan werken en omdat de sociale media de discussie veel zichtbaarder gemaakt hebben? Ik durf het niet te zeggen, maar ik denk dat een discussie over de relatie wetenschap-publiek zinloos is zonder de rol van de media ook mee te nemen.

De uitzending van RamBam van vorige week was veelzeggend. En dan bedoel ik niet de constatering dat er voor checken geen tijd meer is. Het bijzondere was volgens mij dat alle bedachte onzinberichten binnen enkele uren door Twitter ontmanteld werden. Dat kan een voorlichter zijn, maar ook het FOK-forum. Ergo: ja, het publiek praat terug, maar is dat niet vooral tegen de journalistiek, gevraagd en ongevraagd? En moeten we daar niet gewoon blij mee zijn?

Op 15 maart gaan de verzamelde wetenschapsvoorlichters en wetenschapsjournalisten praten over de positie van de wetenschapper in het maatschappelijke debat. Maar verwacht geen vuurwerk. Wetenschapsjournalisten zijn in deze discussie de afgelopen jaren namelijk steeds meer aan de kant van de wetenschap beland. Sterker nog, overal waar je hier boven lekker generaliserend ‘de media’ hebt gelezen heb ik expliciet niet bedoeld: wetenschapsjournalisten.

Niet alleen heb ik de indruk dat ook zij van alle journalisten nog het meest hechten aan de journalistieke rol van onafhankelijk scherprechter en dus bepaald ongelukkig zijn met de trend, daarnaast zijn ze ook steeds meer zelf de rol van de deskundige gaan vervullen. De bekendste, maar zeker niet de enige, is Govert Schilling. Niet alleen is hij een goede wetenschapsjournalist maar zodra NOS, RTL Nieuws of Pauw en Witteman wetenschappelijk nieuws brengen verschijnt Govert Schilling als deskundige. Dat doet hij uitstekend, maar zo belanden de beroepsgroepen wetenschapsjournalist en wetenschapper wel meer en meer in hetzelfde schuitje.

Hierover klagen is uiteraard onzinnig (‘de media hebben het gedaan’ is de ultieme Godwin in deze discussie). Het enige wat denk ik helpt is om veel tijd te investeren in het bewust maken van wetenschappers van de manier waarop ‘de media’ werken. De realiteit is dat er in Nederland bitter weinig wetenschapsjournalisten zijn, dus krijgt een wetenschapper met een beetje zichtbaarheid al heel snel met ‘de media’ te maken: ‘Learn to deal with it!’. Het is helemaal niet moeilijk, mits de wetenschapper zich bewust is van de iets andere regels van het spel en zich daaraan conformeert. Dan gaat het in de praktijk prima en in goede harmonie.

Het kan geen kwaad als de wetenschap zich een paar van de technieken zou eigen maken die in de politiek allang gemeengoed zijn (een paar he, niet alle ;)). Om maar iets te noemen: een goed politicus kiest zijn eigen media-tegenstander: Mark Rutte gaat met Emile Roemer naar een sociale werkplaats, omdat het voor beide de ideale tegenstander is in die discussie. Dat is nogal een contrast vergeleken met de gevierde gezondheidswetenschapper, die zichzelf in de vaccinatiediscussie terugvond tegenover een voetzoolreflex-therapeute.

Ergo: voor alle wetenschappers in het publieke debat een dosis mediatraining dus, en dan niet gericht op wetenschapsjournalisten. Die komen er samen wel uit. En voor de wetenschapsvoorlichters een tijdje stage op het Binnenhof, die reality-check kan ik iedereen uit eigen ervaring van harte aanbevelen.

Michel

Be Sociable, Share!

8 comments

Ik denk dat de inleiding van Kees van Woerkum op de VWN-PWC bijeenkomst 15 maart een aanrader is. Het wordt misschien niet het spannendste deel van de dag, maar ik vind zijn eerdere overdenkingen over wat er bij het publiek speelt zonder meer interessant en in constrast staan met hoe wetenschapsjournalisten en wetenschapsvoorlichters uit routine, intuïtie of verwachtingspatronen van derden handelen. Graag tot donderdag – gaan we live verder.

@david
Nee, klopt. Overigens vraag ik me af of die bijscholing niet een handschoen is die we zelf moeten oppakken, aan de wetenschapskant? Summerclass?

Met zijn allen tegen de NOS helpt natuurlijk niet. Het zou volgens mij beter zijn als journalistiek-opleidingen meer aandacht besteden aan ‘wetenschap en nieuws’ en als journalisten bijscholingscursussen kunnen krijgen. Misschien een gat in de markt voor Hulspas…

@elmar
Precies. En daarover gaan we donderdag als vanouds vruchteloos zeuren tegen de laatste spreker in het programma 😉

Inderdaad anders, ik blijf het zeggen: omdat de NOS wel buitenland- en economieverslaggevers in z’n gelederen heeft, maar geen wetenschapsverslaggevers. Erg raar.

@govert nee, eigenlijk niet helemaal. Want die correspondent blijft in de perceptie toch altijd de stem van het journaal. Terwijl wetenschapsjournalist Schilling een ‘hybride merk’ is waarvan veel mensen niet precies weten waarvoor hij schrijft en daardoor voor veel mensen de status van onafhankelijk deskundige heeft.
Voor de goede orde: dat vind ik een goeie zaak. Maar daarmee wel: welkom in ons schuitje 😉

Vind je ook dat een buitenlandcorrespondent die voor het journaal economische of politieke ontwikkelingen in Italië of Duitsland toelicht en uitlegt ‘in hetzelfde schuitje’ terechtkomt als een econoom of politicus?

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2011 TU Delft