Over mijn blog

Ooit een 'Rocket Scientist' maar al heel snel gesnapt dat ik niet moet rekenen aan raketten (mijn enige praktijkervaring: Ariane 501 -nee, ik was het niet!). Andere mensen enthousiast maken zit me meer in het bloed.
Na negen jaar bij ESA ben ik nu geland bij mijn thuishaven, de TU Delft, als woordvoerder/communicatie adviseur.

Dit blog gaat soms over ruimtevaart, maar meestal over mijn ervaringen in het communicatievak. Persoonlijk vind ik dat journalisten en voorlichters wel wat opener mogen zijn over hun samenwerking. Daarom probeer ik hier inzicht te geven in de afwegingen en keuzes die ik maak. Dat kan niet altijd, maar vaak ook wel.

Volg me op Twitter Bezoek mijn LinkedIn profiel email me op m.vanbaal@tudelft.nl
+31 (0) 15 2785454

Categories

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Een klein dorpje journalisten houdt dapper stand

Daar is ie weer, het “leger van voorlichters” in Nederland. Althans, volgens de studie “Gevaarlijk Spel” van onderzoekers van de UvA en de bijbehorende media-aandacht. Over de studie op zich kun je van alles vinden, maar ik verbaas me vooral over dat hardnekkige ‘Asterix en Obelix’-beeld dat het oproept: omgeven door legioenen van voorlichters houdt een klein dorpje journalisten dapper stand!

Volgens de studie is het leger voorlichters intussen gegroeid tot ongeveer 150.000 mensen, tegen slechts 15.000 journalisten. Een verhouding van een op tien. Dat kan niet kloppen, lijkt me.

Definitiekwestie
Nu tekent de studie, naar ik begrijp, zelf al aan dat die 150.000 mensen niet allemaal voltijds-persvoorlichter zijn, maar dan nog: waar IS dat leger eigenlijk? Of hebben we het hier over een spookleger?  

Laten we eerst even vaststellen wat een “voorlichter” is. Laten we iemand voorlichter noemen als ie gemiddeld twee keer per week een journalist spreekt. Dat is niet zo heel veel; ik zit denk ik zelf op tien en bij bijvoorbeeld een ministerie ligt dat denk ik nog veel hoger. Dus dit is een ruime definitie. 

Schattingen
Even twee overgesimplificeerde schattingen, gewoon om een gevoel van de orde van grootte te krijgen: 

1. Neem eens aan dat een organisatie gemiddeld 2 van de bovengenoemde voorlichters in dienst heeft. Hoeveel organisaties zouden er in Nederland zijn met persvoorlichters in dienst waar journalisten regelmatig contact mee hebben? 250 politieke organisaties? 1000 lokale/regionale overheden? 500 grote bedrijven? 1000 communicatiebureaus? 250 kennisinstellingen? Dat voelt allemaal als ‘best veel’ en toch kom ik zo niet verder dan 3000×2= 6000 voorlichters.   

2. Neem eens aan dat die 150.000 mensen gemiddeld eens in de vijf jaar van baan veranderen. Dan zou er jaarlijks 20 % van die banen vrij moeten vallen: dat zijn 30.000 vacatures, ofwel 2.500 vacatures per maand. Pfoe! Ik zie denk ik een stuk of 10 vacatures met persvoorlichtersfuncties per maand. Ik let niet zo goed op en niet alle banen worden een vacature, dus vooruit, zet er een nul achter: 100 per maand. 1200 per jaar. Dus zouden er wederom ongeveer 6000 persvoorlichters moeten zijn. 

3 op 1
Kortom, gewoon rommelend op de achterkant van een bierviltje en met een geheel onwetenschappelijke natte vinger, kom ik op een geschatte verhouding van ongeveer 3 journalisten per voorlichter, in plaats van 10 voorlichters per journalist.  

Taken
Voor de goede orde, ik geloof wel dat er 150.000 man in Nederland zijn die een marketing/communicatiefunctie hebben, maar het groepje dat regelmatig contact heeft met journalisten moet veel kleiner zijn. De realiteit is dat het overgrote deel van ons ‘leger’ zelden of nooit een journalist tegen komt.

Marketing- en communicatiemedewerkers ontwikkelen huisstijlen, advertenties, websites, interne communicatiemiddelen en zo nog tientallen bezigheden die zeer nuttig zijn, maar niets met journalistiek te maken hebben.  

Oorlogstermen
Maar wellicht nog het meest stoor ik me aan de ‘oorlogstermen’: het beeld van twee tegen over elkaar staande partijen. Terwijl er in de praktijk vaak redelijk harmonieus samengewerkt wordt, in het belang van beide partijen.

Daarmee wil ik niets afdoen aan het feit dat persvoorlichters over de jaren een grotere invloed op de nieuwsvoorziening hebben gekregen, en dat het nieuwsproces niet altijd goed gaat – met frustraties aan beide kanten. Maar laten we beginnen met de dingen in het juiste perspectief te zetten.  

Michel, Persvoorlichter (outnumbered by a factor 3)

Be Sociable, Share!

11 comments

@Mark
Goed punt, hoewel dit iig voor ons deel een beetje een papieren werkelijkheid is. Kijk je naar de wereld achter die cijfers, is het beeld anders. De TU heeft geen 7 fte voor pure persvoorlichting, de betrokkenen (meeste parttime) hebben namelijk veel meer taken die niet met pers te maken hebben. De faculteitsvoorlichters van Utrecht doen volgens mij vooral studentenwerving.
Hier schuilt dus ook een definitiekwestie achter.

Verder heb je natuurlijk gelijk dat er in Den Haag veel persvoorlichters rondlopen, maar ik heb het vermoeden dat het daarbuiten snel veel lagere getallen worden. Bij gemeentes zijn ze nog ruim gezaaid, bij rechtbanken, maar daarna? En bij bedrijven moet je toch naar de multinationals kijken voor je een persafdeling vindt, en die zijn ook niet ruim gezaaid.
Voor de eerste paar honderd is 2 zeker te weinig, maar daarna droogt het volgens mij heel snel op…

Maar ik ben wel benieuwd naar je perspectief overigens: met hoeveel persvoorlichters hebben jullie in de dagelijkse praktijk vanaf de nieuwsredactie te maken? Als je alle PR bureau’s even weg laat?

“Neem eens aan dat een organisatie gemiddeld 2 van de bovengenoemde voorlichters in dienst heeft.”

Ik heb ook geen cijfers. Maar 2 voorlichters zou wel eens een erg conservatieve schatting kunnen zijn. Toevallig kwam ik de lijst van het ministerie van Financiën tegen:

Directeur Communicatie
Eerste Woordvoerder minister
Woordvoerder Generale Thesaurie
Woordvoerder Rijksbegroting
Woordvoerder Kredietcrisis
Persvoorlichter Financiën
Teamleider/ Eerste woordvoerder Fiscale team
Woordvoerder Fiscale Zaken
Persvoorlichter Fiscale Zaken
Woordvoerder Belastingdienst
3 x Persvoorlichters Belastingdienst
Persvoorlichter Douane
Persvoorlichter FIOD -ECD
Persvoorlichter Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf
Persvoorlichter Domeinen Roerende Zaken

Dat is 17.

Of neem de Universiteit Utrecht:

Woordvoerder college van bestuur
3 x Persvoorlichter
10 x Facultaire voorlichter

Telt op tot 14.

Kijk ik bij de TU Delft:

2 x Woordvoerders/persvoorlichters
Persvoorlichter ondernemerschap en kennisvalorisatie/public affairs
4 x Wetenschapsvoorlichter

Totaal 7.

Politie Amsterdam-Amstelland:
Hoofd communicatie
5 x Pers- en externe voorlichting

Totaal 6

Of Philips (en dan alleen het deel dat zich op Nederland richt)

Hoofd Communicatie / woordvoerder algemene zaken
Sr. Communicatiemanager / woordvoerder algemene zaken
Sr. Manager PR / woordvoerder Philips Consumer Lifestyle
Communicatie Manager / woordvoerder Philips Healthcare
Communicatie Manager / woordvoerder Philips Lighting

5 mensen (+ 9 voor de rest van de wereld)

Het is geen representatieve steekproef, maar het gemiddelde van deze bedrijven is ook zeker geen 2.

De voorzitter van Logeion heeft inmiddels ook gereageerd via DNR: http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/werk-aan-de-winkel-voor-de-journalistiek/

@rolf De vraag blijft hoeveel voorlichters er nu precies zijn, want het gaat hier toch over de interactie tussen journalisten en voorlichters. Daarbij is het getal 150 duizend niet relevant, daarover is iedereen het eens. Maar hoeveel dan wel? Ik ben daar erg benieuwd naar…

Dit heb ik kunnen vinden:

Dat was te kort door de bocht, benadrukken de onderzoekers in de eindversie. Ja, zij schatten het aantal PR-professionals in Nederland op 135- tot 156.000, tegen tien- tot vijftienduizend journalisten. Maar een groot deel van dat enorme PR-leger doet aan interne communicatie, gericht op de eigen medewerkers van een organisatie, of aan marketingcommunicatie voor klanten en consumenten, en heeft dus nooit met journalisten te maken. Wel staat vast dat het aantal journalisten de laatste tien jaar gelijk is gebleven, terwijl de PR-sector enorm is gegroeid ten opzichte van de vorige schatting (uit 1999: 55.000 professionals). Gezamenlijk maken al die PR-mensen inmiddels 11.500 verschillende relatiebladen met een totale oplage van een half miljard stuks, tien keer zoveel als de vijftig miljoen exemplaren van de tweeduizend dag- en weekbladtitels.”

Op http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/het-strategisch-tekort-van-de-journalistiek-verplichte-kost-voor-mediastudenten/

@Rolf Die 150K komt uit de studie, maar mijn kritiek -als je het zo wilt noemen- is niet zozeer op het onderzoek zelf, maar vooral op het ‘frame’ dat er door de onderzoekers aan gegeven wordt, een frame dat door media (zie nrc) onmiddelijk wordt overgenomen. Beeldvorming dus.

En kom maar op met dat vurige weblog, ben benieuwd :->

Hoi,

Heb je de publicatie (ik kon hem online niet vinden) zo ja, uit welke bron haalt ze haar 150.000? Een bestaande (cbs?) enquete, of een zelf uitgevoerde enquete? In beide gevallen is de vraagstelling nogal relevant (en die bepaald dan indirect de definitie van “woordvoerder”). Is lastig om een oordeel te hebben over haar werk (of jou kritiek daarop) zonder die gegevens.

Hmm, misschien moet ik maar eens een vurig blog schrijven over algemene datavrijheid…

Rolf

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2011 TU Delft